|
Geschreven door tjo
|
|
zondag, 24 januari 2010 13:05 |
|
Voorbeeld uit Koole 2004: Strip van Sigmund waarbij Sigmund en een vrouw op het strand liggen:
1 Vrouw: Meneer wilt u mijn rug insmeren? 2 Sigmund: Ja hoor. 3 Vrouw: Dat dacht ik al. 4 Vrouw: (Loopt beledigd weg)
In dit fragment is te zien dat de eerste uiting van de vrouw op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden, het is namelijk nog niet duidelijk of het om een verzoek of een vraag om informatie gaat.
Na de tweede beurt is het duidelijk dat Sigmund de uiting als een verzoek opvat. In de derde beurt wordt duidelijk dat de eerste uiting niet als verzoek, maar als informatieve vraag was bedoeld. De tweede en de derde beurt spelen dus een grote rol in het bepalen van de interactionele betekenis van de eerste. De tweede uiting maakt duidelijk welke interpretatie de aangesprokene maakt. Na de eerste twee uitingen kent de vrouw dus zowel haar eigen intentie als de interpretatie van de aangesprokene. In de derde uiting wordt deze interpretatie gecorrigeerd. Zo zijn deze gespreksdeelnemers binnen drie beurten erin geslaagd overeenstemming te bereiken over de interactionele betekenis van hun uitingen. Ze hebben samen bepaald welke betekenis hun uitingen hebben. Dit wordt ook wel gezamenlijke betekenis-constructie genoemd |